Watertoren biedt SOAB onderdak
Geschiedenis van de watertoren
De Watertoren in de Belcrum werd officieel geopend op 29 augustus 1935.
De stad kreeg behoefte aan een tweede toren omdat de sterke groei leidde tot capaciteitstekort van de bestaande watertoren aan de Wilhelminasingel.
Het was crisistijd en soberheid was troef: de bedoeling was een industrieel bouwwerk zonder poespas te realiseren.
De stadsbouwmeester, Ir.P.Hornix, pleitte echter voor een meer karakteristieke vormgeving die aansloot bij de mede door hem ontworpen nieuwe wijk De Belcrum. Hij stelde dat het gebouw: “als silhouet in het stadsbeeld moest voldoen aan redelijke eisen en een behoorlijk bouwwerk op zich moest zijn”. De materialen dienden van “edele natuur” te zijn.
Hornix kreeg zijn zin: rondom een stevige, voor die tijd zeer moderne, betonconstructie werd een schil van handgevormde roodbruine baksteen opgetrokken die met diverse ornamenten werd versierd. Daarvoor werd de Bredase beeldhouwer Gerard van Aalst ingeschakeld.
Bovendien werd Zweeds graniet, staal en koper gebruik voor de verschillende elementen.
De toren werd gerealiseerd in de stijl van De Amsterdamse School die het credo: “vorm volgt functie” huldigde. Zodoende werd de practische functie van de watertoren onderstreept door de robuuste, strakke vormgeving, terwijl het elegante aangebouwde trappenhuis een heel eigen sfeer aan het gebouw geeft.

